Column: Collatoral damage

Collatoral damage – alles dat gebeurt als gevolg van iets dat heeft plaatsgevonden.
Een recent voorbeeld? Gevoelig voorbeeld, maar een voorbeeld.
Het vliegtuig uit Maleisië dat verdwenen is, vlucht 370.
Het schijnt nu dat de bekende billionaire Rothschild (familie van het inmiddels gehate beroep: Bankier) nu opeens het alleenrecht heeft op een patent, dat ook enorm veel waard is. Wat voor patent? Op elektronische oorlogsapparatuur voor militaire radar systemen.
Het mag voor zichzelf spreken, dat dit om veel geld gaat en dat er nu allerlei samenzweringstheorieën zijn ontstaan.
Maar enfin. Daar gaat dit niet over. Dit gaat om collatoral damage: in dit voorbeeld het feit dat dit verdwenen vliegtuig de al rijke heer Rothschild een nog rijkere man heeft gemaakt.

Collatoral damage is over het algemeen ‘aanvullende schade’. Wat overigens ook goed kan zijn.
Voorbeeld? Natuurlijk!
Recentelijk was mij gevraagd te helpen met de programmering van een klein evenement. Prima!
Maar als je dan een band aanschrijft die aangeeft moeite te hebben i.v.m. de verjaardag van een bandlid, is dat jammer. Menig band zegt nee maar deze band zou toch komen – ze wilden dan alleen openen zodat het bandlid nog even lekker kon feesten. Prima, gaan we regelen. Je weet dan als boeker geheid dat de band (en eventueel diens aanhang) niet zo lang blijft hangen.
Dat is dan de collatoral damage bij een leuke naam op de poster.
Op het evenement kwamen we ergens anders achter – wat had het bandlid nou geregeld? Het evenement werd zijn verjaardagsfeestje. Waar bleef de aanhang dus hangen? Samen met een stel genodigden? Aan onze bar.
Wie was tevreden? De exploitent (weliswaar een dag later want hij had de benen onder zijn kont uit moeten rennen) en natuurlijk de organisator ook – die mocht wel vaker terugkomen.
De band trouwens ook – want dat wisten zij natuurlijk nog niet. Collatoral gain!

Nu moet ik persoonlijk bekennen – ik vind collatoral damage te gek.
Bij elk plan dat ik maak, breid ik de risicoanalyse graag uit. Want de ‘onbedoelde extraatjes’ zijn toch altijd net iets meer speciaal.
Je doel moet bereikt worden, dat staat vast.

Ik ben overigens echt niet de enige die dit tof vindt.
Zie bijvoorbeeld eens… De Verenigde Staten van Amerika! The big U S A.
Ze vallen weer eens een land in het Midden-Oosten in. Natuurlijk ook voor de terroristen.
Maar wat ik tegenwoordig steeds vaker hoor… Voor de olie!
Of het echt zo bedoeld is? Ik denk dat het zeker door één van de hoge ambtenaren gehint is naar o.a. Bush.

Contacten gaan via-via. Een goede indruk wekt verdere interesse en zo werken uiteindelijk  allerlei dingen met collatoral damage.
“Maar dat is toch hetzelfde als het olievlek-effect?”
Ja, schat.
Maar klinkt dat net zo tof?
Zo klinkt het toch veel toffer om te zeggen dat je het “probleem hebt opgelost met een mooie bijlzwaai waarbij je niet één probleem, maar ook meteen drie problemen hebt opgelost” in plaats van: “Ik heb het probleem opgelost. En die andere twee ook.”
Zeg nu zelf… Een beetje theatraal mag het wel zijn, toch?

Column: Beard for hire!

Onlangs kreeg ik een column doorgestuurd van het NRC door Laura Klompenhouwer.
Hier ging het, zoals de titel van deze column al doet vermoeden, over baarden.
Zelf beschik ik ook over zo’n heerlijk stuk beharing en de afgelopen jaren zijn er veel vormen en lengtes de revue gepasseerd.
Elk jaar (in het kader van Movember) verfrissen we de look weer eventjes maar ik dank mijn baardbeminnende genen. Ik hoef nooit lang te wachten voor ik weer tegen de kou gewapend ben.
En weer een “échte man” ben.
En nee. Het blijft aantrekkelijk.
Woest aantrekkelijk.

Mijn gevoel voor fashion is zo goed als niet-bestaand. Bijna iedereen die ik ken of die mij ooit hebben zullen winkelen zullen dat beamen. Niet voor niets, ben ik altijd dat verloren jochie dat door de winkels wandelt, in de hoop dat iemand hem zal redden.
Maar als volwassen man heb je daarin pech. Om die reden ben ik niet bang om de gemiddelde winkelbezoeker ongegeneerd te vragen of mijn kont er goed uit ziet in het (vaker wel dan niet) misbaksel van een broek dat ik ergens uit de schappen heb getrokken.  Met de baard heb ik daarentegen de mogelijkheid niet. Tevens is het uittesten van modellen nou eenmaal verrekte lastig – het scheermes geeft immers niets terug.

Wat wel apart is, is de ontwikkeling dat de baard nu een fashion-ding is geworden.
Hipsters lopen met rare creaties die waarschijnlijk meer tijd vergt dan een vrouw die zich klaarmaakt voor een avondje uit.
Zelfs vrouwen wagen zich nu aan baarden. Nee, ik doel niet op vrouw-met-snor. Baarden. Met behulp van hun lange lokken.
Maar ik heb de baard niet vanwege mijn niet-bestaande fashion sense. Ik draag de baard (en roep graag) vanwege de mannelijkheid.
Een baard is geen mode accessoire in mijn boek. Dat zou in niemands boek zo moeten zijn.
Als we de ‘inspiratie’ voor de baarden en de meest bekende baarddragers mogen bekijken, gaan we allesbehalve voor fashion sense.
Of gaat iemand  me vertellen dat een viking er vanwege de show een liet staan?
Nee, daar had je de (geschoren!) volksdichters voor. De in die tijd hoewel smooth, geen echte mannen!
Echte mannen ging Europa plunderen en namen naast schatten ook de mooie vrouwen mee.
Weten we meteen hoe ze aan die lekkere meiden komen.
U pakt een schip, groeit een baard, pakt een bijl (!) en gaat dingen regelen.

Mannelijkheid – nog zoiets, iets dat we ook volgens de reclame van Snickers kwijt zijn.
Een merk dat trouwens vaak nogal vrouwonvriendelijk uit de hoek kan komen, maar ik geloof niet dat er zoiets is als slechte publiciteit. Tien punten naar Snickers:


*eet Snickers*

Ook die mannen mogen weer gewoon hun baard laten staan.
En begin nou niet over de positie van de vrouw in de maatschappij. Andere keer.
Nu gaat het over baarden. Mannen, grow a pair and grow a beard!
Wees je innerlijke viking. Wees je innerlijke wildeman. Of de badass tovenaar.
En geniet!
Dames – You’ll love it.
Een wijs man zei ooit: “If you go black, you never go back.”
Maar die man kende vast de voordelen van de baard niet.
Of dacht dat het kwam door huidskleur – wat natuurlijk onzin is.

 

Pssssst…
Stiekem…
Heel Eerlijk?

Ik vind het gewoon fijn dat ik me niet twee keer per dag hoef te scheren voor een glad gezicht.
Dit is zooooo veel makkelijker.

Column: Festivalpubliek

Het is mei! Het is weer zover.
Voor mij tijd om de festivals te bezoeken. First stop? Urpop! Al jaren een traditie – vanaf dat ik gestart ben om naar bandjes te luisteren in plaats van constant mijn laptop overuren te laten draaien met allerlei spelletjes.
Waar ik nooit goed in was, maar dat terzijde.
Maar kom me a.u.b. niet aan met ‘generieke’ popfestivals zoals Solar met de Jazz van Hans Teeuwen en dance DJ’s.
Of toch een erg brede programmering bij Pinkpop – Paulo Nutini meets Avenged Sevenfold?

Mijn festivalbeleving zit niet in de bands.
Dat zit niet in het merk bier of waar de camping ligt.
De festivalbeleving zit in het publiek. De eensgezinde groep mensen met wie je op een festival bent.
Of je nu met 10.000 of 150.000 man op een festival bent – je bent gezellig samen.
Liefst twee of meer dagen. Leer eensgezinde mensen kennen.
Zelf ben ik een hardrock/metal liefhebber. Festivals die ik bezoek zijn dan ook evenementen zoals Graspop Metal Meeting en/of Wacken Open Air. Ik weet dat als ik Slayer roep, iedereen dat ook roept.
Én meer dan alleen “Angel of Blood” kent.

Op zo’n festival weet ik één ding: ik ben onder gelijk gestemden.
Ik kom niemand tegen die er is voor die ene dance act. Ik kom niemand tegen die er is voor dat ene eendagsvliegje hipster bandje. Nee, nu gaat het om een ton metalheads met wie ik samen Steel Panther bezoek. Die allen daarna in de Bier Garten te vinden zijn of achter de man met de Jägermeister tap aan (proberen te) rennen.
En al he-le-maal geen gedoe met dat Koningshuis.  Afgelopen week: ik heb me wederom thuis opgesloten. April is niet mijn maand.
Tot ‘onze’ Koning een baard laat staan, weiger ik ook maar een enkele toast uit te brengen. “Oranje Boven”? Nee.
Ik verzin wel een betere reden om het glas te heffen. Dat mijn wekker het vanmorgen deed, bijvoorbeeld!
Wat een evenement als Koningshuis dan wel weer heeft – een redelijk eensgezind publiek (zij het per locatie).
Just how like I like my festivals!

Waarom deze onvrede tegenover de ‘generieke festivals’? Want “Iedereen maakt er toch gewoon zijn feestje van?”
Ja precies. Eigen feestje. Blijf dan thuis, pak een beamer en stream de concerten.
Op een festival sta je met 100.000 mensen. Niet elke dag een ander publiek, afhankelijk van welke act wanneer speelt.
Ik ontmoet iemand die ik nog drie dagen aan diezelfde barkruk zal treffen. Op hetzelfde grasveld.
En niet dat 14 jarige meisje dat komt want “haar grote voorbeeld, droom en als het aan haar ligt, toekomstige lover gaat zo een half uur spelen!” Die volgend jaar achter de volgende boyband aan huppelt maar zich nu wel constant ergert op echte fans die toevallig te veel springen op een dansbaar nummer.
Meid, ga naar huis. Of nog beter, bezoek een clubconcert. Daar zijn die shows voor.

Op Urpop zal ik met een flinke vriendengroep weer een feestje bouwen.
Weliswaar ook met dance acts want Urpop heeft altijd dance acts & bands maar ik kan mij niet eens herinneren wanneer ik die tegen het lijf gelopen ben. Maar in juni ga ik echt beginnen. Graspop Metal Meeting.
Drie dagen (en een avond vooraf) bij de Vlamingen met een ton aan metalheads.
Met Steel Panther op mijn verjaardag. Dat belooft toch een leuk feestje te worden? Met een publiek die samen met mij alle nummers zal zingen. En de dag erna dat ook kan bij o.a. Volbeat, W.A.S.P., Black Sabbath, Megadeth en Black Label Society.
Horns up!

Iedereen, veel plezier met het festivalseizoen.
Ook als je van de gemixte festivals houdt 😉 .

Column: Één april! Kikker in je –

Nee. Dit is geen grap.
Ik mag vanaf deze maand ‘officieel’, zoals dat mooi heet, columns schrijven voor McSharq. Maandelijks, eerste vrijdag van de maand. Naast de incidentele reviews zoals de review van Steel Panther – All You Can Eat gisteren.
In aanvulling van de reviews door Antoinette, Irma, Gerianne en natuurlijk Sharik zelf, mag ik ook van me laten horen.
Is dit een column tot dusver? Nee, eigenlijk niet. Dit is vooral de aankondiging en het “Hallooooooo”-momentje.
Maar vooral: dit is géén één april grap. Waar ik overigens een gloeiende hekel aan heb.

Misschien ook leuk om daar toch dit eerste column mee te starten – het aangeven van mijn grenzen.  Dat is meteen erg handig voor diegenen de dit vandaag lezen en me nog tegen kunnen komen.
Doorgaans ben ik uitermate vrolijk. Enthousiast is de meest voorkomende vorm van mijn vrolijkheid. Maar niet op één april. Niet mijn dag.  
Ik kan mij niet eens meer herinneren wanneer ik voor de laatste keer zo’n grapje heb uitgehaald. Ik kan mij daarentegen wel de vurige passie herinneren waarmee ik elk jaar gemotiveerd ben om zoveel mogelijk grapjes te ontlopen. Meer dan eens heb ik overwogen om, ongeacht het weer, op teenslippers te lopen of desnoods mijn veters met montagekit vast te maken. Grondig vast te maken. Of gewoon mijn mailbox niet open te maken en de hele inhoud op één april te wissen. Helaas zitten daar ook af en toe facturen bij, maar dat valt onder ‘collatoral damage’.

Of ik dan ook volledig humorloos ben? Op één april wel. Want ik houd niet van de flauwe grapjes waar er (n)iets op mijn shirt zit, mijn veters plotseling hun volledige kracht kwijt zouden zijn en telefoontjes (in plaats van de reguliere e-mails) waarin ik iets heb gewonnen. Laten we hopen dat geen bedrijf belt omtrent een sollicitatie – ik zou zo maar een droombaan een rotschop geven.

Wat ik dan wel doe op één april? Het zal de enige dag zijn van het jaar waarin ik mezelf zo min mogelijk buiten zal laten zien.
Ben ik aan het werk? Dan is de kans groot dat ik nog eens schuimbekkend het pand uit ren (met of zonder losse veters, who knows?).
Voor wie nu denkt: “Dat ga ik proberen.”


I’ll be ready. Eventueel met een bijl.
Toevallig: Met een bijl is één van mijn eerste (toen heel erg sporadische) columns ooit (uit 2011) mee begonnen.
Nostalgie. Lekker.
En één april? Niet lekker.