Column: Collatoral damage

Collatoral damage – alles dat gebeurt als gevolg van iets dat heeft plaatsgevonden.
Een recent voorbeeld? Gevoelig voorbeeld, maar een voorbeeld.
Het vliegtuig uit Maleisië dat verdwenen is, vlucht 370.
Het schijnt nu dat de bekende billionaire Rothschild (familie van het inmiddels gehate beroep: Bankier) nu opeens het alleenrecht heeft op een patent, dat ook enorm veel waard is. Wat voor patent? Op elektronische oorlogsapparatuur voor militaire radar systemen.
Het mag voor zichzelf spreken, dat dit om veel geld gaat en dat er nu allerlei samenzweringstheorieën zijn ontstaan.
Maar enfin. Daar gaat dit niet over. Dit gaat om collatoral damage: in dit voorbeeld het feit dat dit verdwenen vliegtuig de al rijke heer Rothschild een nog rijkere man heeft gemaakt.

Collatoral damage is over het algemeen ‘aanvullende schade’. Wat overigens ook goed kan zijn.
Voorbeeld? Natuurlijk!
Recentelijk was mij gevraagd te helpen met de programmering van een klein evenement. Prima!
Maar als je dan een band aanschrijft die aangeeft moeite te hebben i.v.m. de verjaardag van een bandlid, is dat jammer. Menig band zegt nee maar deze band zou toch komen – ze wilden dan alleen openen zodat het bandlid nog even lekker kon feesten. Prima, gaan we regelen. Je weet dan als boeker geheid dat de band (en eventueel diens aanhang) niet zo lang blijft hangen.
Dat is dan de collatoral damage bij een leuke naam op de poster.
Op het evenement kwamen we ergens anders achter – wat had het bandlid nou geregeld? Het evenement werd zijn verjaardagsfeestje. Waar bleef de aanhang dus hangen? Samen met een stel genodigden? Aan onze bar.
Wie was tevreden? De exploitent (weliswaar een dag later want hij had de benen onder zijn kont uit moeten rennen) en natuurlijk de organisator ook – die mocht wel vaker terugkomen.
De band trouwens ook – want dat wisten zij natuurlijk nog niet. Collatoral gain!

Nu moet ik persoonlijk bekennen – ik vind collatoral damage te gek.
Bij elk plan dat ik maak, breid ik de risicoanalyse graag uit. Want de ‘onbedoelde extraatjes’ zijn toch altijd net iets meer speciaal.
Je doel moet bereikt worden, dat staat vast.

Ik ben overigens echt niet de enige die dit tof vindt.
Zie bijvoorbeeld eens… De Verenigde Staten van Amerika! The big U S A.
Ze vallen weer eens een land in het Midden-Oosten in. Natuurlijk ook voor de terroristen.
Maar wat ik tegenwoordig steeds vaker hoor… Voor de olie!
Of het echt zo bedoeld is? Ik denk dat het zeker door één van de hoge ambtenaren gehint is naar o.a. Bush.

Contacten gaan via-via. Een goede indruk wekt verdere interesse en zo werken uiteindelijk  allerlei dingen met collatoral damage.
“Maar dat is toch hetzelfde als het olievlek-effect?”
Ja, schat.
Maar klinkt dat net zo tof?
Zo klinkt het toch veel toffer om te zeggen dat je het “probleem hebt opgelost met een mooie bijlzwaai waarbij je niet één probleem, maar ook meteen drie problemen hebt opgelost” in plaats van: “Ik heb het probleem opgelost. En die andere twee ook.”
Zeg nu zelf… Een beetje theatraal mag het wel zijn, toch?

Column: Beard for hire!

Onlangs kreeg ik een column doorgestuurd van het NRC door Laura Klompenhouwer.
Hier ging het, zoals de titel van deze column al doet vermoeden, over baarden.
Zelf beschik ik ook over zo’n heerlijk stuk beharing en de afgelopen jaren zijn er veel vormen en lengtes de revue gepasseerd.
Elk jaar (in het kader van Movember) verfrissen we de look weer eventjes maar ik dank mijn baardbeminnende genen. Ik hoef nooit lang te wachten voor ik weer tegen de kou gewapend ben.
En weer een “échte man” ben.
En nee. Het blijft aantrekkelijk.
Woest aantrekkelijk.

Mijn gevoel voor fashion is zo goed als niet-bestaand. Bijna iedereen die ik ken of die mij ooit hebben zullen winkelen zullen dat beamen. Niet voor niets, ben ik altijd dat verloren jochie dat door de winkels wandelt, in de hoop dat iemand hem zal redden.
Maar als volwassen man heb je daarin pech. Om die reden ben ik niet bang om de gemiddelde winkelbezoeker ongegeneerd te vragen of mijn kont er goed uit ziet in het (vaker wel dan niet) misbaksel van een broek dat ik ergens uit de schappen heb getrokken.  Met de baard heb ik daarentegen de mogelijkheid niet. Tevens is het uittesten van modellen nou eenmaal verrekte lastig – het scheermes geeft immers niets terug.

Wat wel apart is, is de ontwikkeling dat de baard nu een fashion-ding is geworden.
Hipsters lopen met rare creaties die waarschijnlijk meer tijd vergt dan een vrouw die zich klaarmaakt voor een avondje uit.
Zelfs vrouwen wagen zich nu aan baarden. Nee, ik doel niet op vrouw-met-snor. Baarden. Met behulp van hun lange lokken.
Maar ik heb de baard niet vanwege mijn niet-bestaande fashion sense. Ik draag de baard (en roep graag) vanwege de mannelijkheid.
Een baard is geen mode accessoire in mijn boek. Dat zou in niemands boek zo moeten zijn.
Als we de ‘inspiratie’ voor de baarden en de meest bekende baarddragers mogen bekijken, gaan we allesbehalve voor fashion sense.
Of gaat iemand  me vertellen dat een viking er vanwege de show een liet staan?
Nee, daar had je de (geschoren!) volksdichters voor. De in die tijd hoewel smooth, geen echte mannen!
Echte mannen ging Europa plunderen en namen naast schatten ook de mooie vrouwen mee.
Weten we meteen hoe ze aan die lekkere meiden komen.
U pakt een schip, groeit een baard, pakt een bijl (!) en gaat dingen regelen.

Mannelijkheid – nog zoiets, iets dat we ook volgens de reclame van Snickers kwijt zijn.
Een merk dat trouwens vaak nogal vrouwonvriendelijk uit de hoek kan komen, maar ik geloof niet dat er zoiets is als slechte publiciteit. Tien punten naar Snickers:


*eet Snickers*

Ook die mannen mogen weer gewoon hun baard laten staan.
En begin nou niet over de positie van de vrouw in de maatschappij. Andere keer.
Nu gaat het over baarden. Mannen, grow a pair and grow a beard!
Wees je innerlijke viking. Wees je innerlijke wildeman. Of de badass tovenaar.
En geniet!
Dames – You’ll love it.
Een wijs man zei ooit: “If you go black, you never go back.”
Maar die man kende vast de voordelen van de baard niet.
Of dacht dat het kwam door huidskleur – wat natuurlijk onzin is.

 

Pssssst…
Stiekem…
Heel Eerlijk?

Ik vind het gewoon fijn dat ik me niet twee keer per dag hoef te scheren voor een glad gezicht.
Dit is zooooo veel makkelijker.

Column: Festivalpubliek

Het is mei! Het is weer zover.
Voor mij tijd om de festivals te bezoeken. First stop? Urpop! Al jaren een traditie – vanaf dat ik gestart ben om naar bandjes te luisteren in plaats van constant mijn laptop overuren te laten draaien met allerlei spelletjes.
Waar ik nooit goed in was, maar dat terzijde.
Maar kom me a.u.b. niet aan met ‘generieke’ popfestivals zoals Solar met de Jazz van Hans Teeuwen en dance DJ’s.
Of toch een erg brede programmering bij Pinkpop – Paulo Nutini meets Avenged Sevenfold?

Mijn festivalbeleving zit niet in de bands.
Dat zit niet in het merk bier of waar de camping ligt.
De festivalbeleving zit in het publiek. De eensgezinde groep mensen met wie je op een festival bent.
Of je nu met 10.000 of 150.000 man op een festival bent – je bent gezellig samen.
Liefst twee of meer dagen. Leer eensgezinde mensen kennen.
Zelf ben ik een hardrock/metal liefhebber. Festivals die ik bezoek zijn dan ook evenementen zoals Graspop Metal Meeting en/of Wacken Open Air. Ik weet dat als ik Slayer roep, iedereen dat ook roept.
Én meer dan alleen “Angel of Blood” kent.

Op zo’n festival weet ik één ding: ik ben onder gelijk gestemden.
Ik kom niemand tegen die er is voor die ene dance act. Ik kom niemand tegen die er is voor dat ene eendagsvliegje hipster bandje. Nee, nu gaat het om een ton metalheads met wie ik samen Steel Panther bezoek. Die allen daarna in de Bier Garten te vinden zijn of achter de man met de Jägermeister tap aan (proberen te) rennen.
En al he-le-maal geen gedoe met dat Koningshuis.  Afgelopen week: ik heb me wederom thuis opgesloten. April is niet mijn maand.
Tot ‘onze’ Koning een baard laat staan, weiger ik ook maar een enkele toast uit te brengen. “Oranje Boven”? Nee.
Ik verzin wel een betere reden om het glas te heffen. Dat mijn wekker het vanmorgen deed, bijvoorbeeld!
Wat een evenement als Koningshuis dan wel weer heeft – een redelijk eensgezind publiek (zij het per locatie).
Just how like I like my festivals!

Waarom deze onvrede tegenover de ‘generieke festivals’? Want “Iedereen maakt er toch gewoon zijn feestje van?”
Ja precies. Eigen feestje. Blijf dan thuis, pak een beamer en stream de concerten.
Op een festival sta je met 100.000 mensen. Niet elke dag een ander publiek, afhankelijk van welke act wanneer speelt.
Ik ontmoet iemand die ik nog drie dagen aan diezelfde barkruk zal treffen. Op hetzelfde grasveld.
En niet dat 14 jarige meisje dat komt want “haar grote voorbeeld, droom en als het aan haar ligt, toekomstige lover gaat zo een half uur spelen!” Die volgend jaar achter de volgende boyband aan huppelt maar zich nu wel constant ergert op echte fans die toevallig te veel springen op een dansbaar nummer.
Meid, ga naar huis. Of nog beter, bezoek een clubconcert. Daar zijn die shows voor.

Op Urpop zal ik met een flinke vriendengroep weer een feestje bouwen.
Weliswaar ook met dance acts want Urpop heeft altijd dance acts & bands maar ik kan mij niet eens herinneren wanneer ik die tegen het lijf gelopen ben. Maar in juni ga ik echt beginnen. Graspop Metal Meeting.
Drie dagen (en een avond vooraf) bij de Vlamingen met een ton aan metalheads.
Met Steel Panther op mijn verjaardag. Dat belooft toch een leuk feestje te worden? Met een publiek die samen met mij alle nummers zal zingen. En de dag erna dat ook kan bij o.a. Volbeat, W.A.S.P., Black Sabbath, Megadeth en Black Label Society.
Horns up!

Iedereen, veel plezier met het festivalseizoen.
Ook als je van de gemixte festivals houdt 😉 .

Review: Gotthard – BANG!

Geschreven door: Rick Vechel

Een badass cover voor de plaat “BANG!” van Gotthard. Zelf was ik onbekend met de band maar een korte zoektocht wijst uit dat het om een Zwitsere hardrockband gaat met hun elfde studioalbum. Een band die ook al 20 jaar bestaat. Keep op rocking, dudes!
Uit de tijd dat hard rock nog de naam Heavy Metal droeg of vaker dan niet – Glamrock.
Ik laat me verrassen!
Gotthard, will you make my head bang!?

De plaat begint met een auditieve realisatie van de cover. Een boze man, een vrouw die slechte zin heeft en een auto die maakt dat deze wegkomt. Op naar nummer 1: “Bang!
Het nummer begint hard en het refrein ga je meezingen. “Bang, bang, banging around the world!”
Waar mijn gedachtes heen dwalen, hoef ik niet uit te leggen, denk ik. Het nummer richt zich sterk op de ritme sectie en de gitaar zorgt voor de heerlijke accenten en zoete tussenstukjes.
Off to a good start!
Bijna naadloos wordt het nummer opgevolgd door Get Up ’n Get a Move On.
Stilzitten is er niets bij. Mijn airguitar staat nog in de standaard maar de voetjes en het hoofd kun je losschudden. Ze staan stevig in hun schoenen en met zo’n aantal jaren aan ervaring,
Zoals het hoort, gaan we dan een beetje afkoelen. De speakers moeten immers langer mee.
Met Feel What I Feel krijgen we een gevoelige ballade voor de kiezen. De ietwat ruwe stem komt niet geheel goed tot zijn recht in de rustige stukken van het nummer. Daarentegen wordt dat meer dan goed gemaakt rond het refrein en blijft het nummer wel enorm sfeervol. Ze weten je te roeren – ze roepen erom en de gitaar snakt naar je medeleven. Approved. Owh, yes.
Ah, daar is ie. De airguitar!
Maar die kan er na dan wel weer de standaard in. C’est La Vie is een ballade die nog meer tot het gevoel spreekt. Met ook iets verrassends: een accordeon en een viool. Alsof het een serenade aan je balkon is, gaat de band rustig verder. Heel apart na de vorige nummers, maar ze laten zien dat ze weten hoe je liedjes maakt. Heel prettig gearrangeerd.
Ze namen een moment en dat komt er goed uit.
Dat arrangeren komt trouwens ook sterk terug in de positionering van de nummers op het album.
Het nummer Jump The Gun volgt deze gevoelige ballade op. Het bouwt op naar weer een hard rock nummer dat je speakers weer wakker schudt. Gently, but firm.
Gotthard blijft ook even lekker donderen – Een galopperende olifant is er niets bij. Met Spread Your Wings krijgen we een druk en gevarieerd nummer voor de kiezen. Dat de band goed op elkaar is ingespeeld, mag niet verrassen na twee decennia maar ze laten het wel blijken.
Opgevolgd door I Won’t Look Down ben je blij met de opbouw van Spread Your Wings. Alleen de introductie laat je op en neer gaan. Spijtig is wel, naar mijn mening, dat het niet verder gaat dan het op en neer gaan. Een lichte headbang. Wel weer wat airguitar maar meer krijgen ze er nog niet uit.
Of het even een slow dance was of een tromroffel  – dat weet alleen de band maar My Belief maakt het even spannend. Ze gaan weer met hun passie erin. Ze gaan niet harder, maar wel heftiger.
Vooral het einde maakt je weer hopen op meer. Opzwepend?
Met een fade out einde, zit ik gespannen voor de speakers.
Wat alleen maar in hun voordeel werkt – dat je een zoete piano partij dan vervolgens hoort komen, verwacht je niet. Met een duet genaamd Maybe, krijgt Gotthard het voor elkaar.
Hun promo foto’s mogen wat liever als je het mij vraagt. Het nummer kan zo in een Disney film maar het is wel absoluut een mooi nummer. Het heeft wat weg van Bon Jovi. Past het bij Gotthard? Ze variëren sterk dus ik gok erop van wel. Maar met Red On A Sleeve lijken ze er zelf ook even genoeg van te hebben. Een krachtige start en we gaan weer donderen; zij het rustiger dan we eerder hebben gehoord. Opbouwend naar What You Get  want daar krijgen we weer vurige passie te zien. Nu wel in een stevig jasje, dat blijft opzwepen. Even vijf minuten de schouders weer los en in mijn geval, spijt hebben dat je lange haar op dit moment niet meer aan het hoofd bungelt.
Gaan we dan weer rustig aan doen? Gotthard zegt van niet. We starten hard, we eindigen hard.
Mr Ticket Man, het enerlaatste nummer van de plaat is een duidelijke rockplaat. Volgens mij hoor ik wat terug komen van het oude Whitesnake en dat bevalt me prima!
Dit zou een tof einde van de plaat zijn geweest.

Maar, speciaal voor de overleden moeder van de gitarist Leo Leoni, komt er nog een orkestraal nummer achteraan. Voor een goede tien minuten, met een hele langzame kalme start.
Dit nummer heeft misschien nog meer variatie dan het hele album.
Het is in ieder geval een mooi eerbetoon. Het zwaait vele kanten op maar niets dat vreemd aanvoelt. Het volgt emoties, waarvan meneer Leonie er geheid een boel heeft gevoeld, gezien het resultaat.
Of het past bij “BANG!”, betwijfel ik, maar ik begrijp heel goed dat dit ‘dankjewel’ thuis hoort op het album.

Er was een deel van mij dat bang was. De meeste bands die nog uit deze vroegere tijden kwamen, hebben hun metal veelal ingeleverd zodat ze mee konden met de (voornamelijk unplugged) series van MTV. Voor de geïnteresseerden: MTV killed Hair Metal. Veel bands moesten sterven – eerlijk is eerlijk. Maar gelukkig zijn de betere bands gebleven en komen bands zoals The Treatment en Steel Panther terug. Booya!
Maar terug naar Gotthard – Bang! Het “Bang!” gehalte is lager dan dat de album art en de introductie doet verwachten. Maarrrr… Ze hebben een heerlijk gevarieerd album neergezet. Een album met in ieder geval één ingredient: passie.

Column: Één april! Kikker in je –

Nee. Dit is geen grap.
Ik mag vanaf deze maand ‘officieel’, zoals dat mooi heet, columns schrijven voor McSharq. Maandelijks, eerste vrijdag van de maand. Naast de incidentele reviews zoals de review van Steel Panther – All You Can Eat gisteren.
In aanvulling van de reviews door Antoinette, Irma, Gerianne en natuurlijk Sharik zelf, mag ik ook van me laten horen.
Is dit een column tot dusver? Nee, eigenlijk niet. Dit is vooral de aankondiging en het “Hallooooooo”-momentje.
Maar vooral: dit is géén één april grap. Waar ik overigens een gloeiende hekel aan heb.

Misschien ook leuk om daar toch dit eerste column mee te starten – het aangeven van mijn grenzen.  Dat is meteen erg handig voor diegenen de dit vandaag lezen en me nog tegen kunnen komen.
Doorgaans ben ik uitermate vrolijk. Enthousiast is de meest voorkomende vorm van mijn vrolijkheid. Maar niet op één april. Niet mijn dag.  
Ik kan mij niet eens meer herinneren wanneer ik voor de laatste keer zo’n grapje heb uitgehaald. Ik kan mij daarentegen wel de vurige passie herinneren waarmee ik elk jaar gemotiveerd ben om zoveel mogelijk grapjes te ontlopen. Meer dan eens heb ik overwogen om, ongeacht het weer, op teenslippers te lopen of desnoods mijn veters met montagekit vast te maken. Grondig vast te maken. Of gewoon mijn mailbox niet open te maken en de hele inhoud op één april te wissen. Helaas zitten daar ook af en toe facturen bij, maar dat valt onder ‘collatoral damage’.

Of ik dan ook volledig humorloos ben? Op één april wel. Want ik houd niet van de flauwe grapjes waar er (n)iets op mijn shirt zit, mijn veters plotseling hun volledige kracht kwijt zouden zijn en telefoontjes (in plaats van de reguliere e-mails) waarin ik iets heb gewonnen. Laten we hopen dat geen bedrijf belt omtrent een sollicitatie – ik zou zo maar een droombaan een rotschop geven.

Wat ik dan wel doe op één april? Het zal de enige dag zijn van het jaar waarin ik mezelf zo min mogelijk buiten zal laten zien.
Ben ik aan het werk? Dan is de kans groot dat ik nog eens schuimbekkend het pand uit ren (met of zonder losse veters, who knows?).
Voor wie nu denkt: “Dat ga ik proberen.”


I’ll be ready. Eventueel met een bijl.
Toevallig: Met een bijl is één van mijn eerste (toen heel erg sporadische) columns ooit (uit 2011) mee begonnen.
Nostalgie. Lekker.
En één april? Niet lekker.

Review: Steel Panther – All You Can Eat

Door: Rick Vechel

Met veel spanning heb ik er op gewacht.
Zeker met de lancering van “Party Like Tomorrow Is The End Of The World” en “The Burden of Being Wonderful“-videoclips en hun show in de 013 te Tilburg op 12 maart 2014. Maar het album is er! En ik mocht er naar luisteren…
Informatie vooraf: Ik ben een glamrock fanaat. Ik maak er absoluut geen geheim van – ik ben zelfs eigenaar van een mooie panter (hint!) legging. Maar het gaat hier gelukkig niet over mijn smaak in kleding, maar over Steel Panther.

Met veel plezier, presenteer ik mijn review van “All You Can Eat”, van Steel Panther.

Een waarschuwing vooraf: Het materiaal van de band is meer dan eens niet geschikt voor jonge luisteraars en daarbij ook jonge lezers van deze review. U bent gewaarschuwd!

All You Can Eat is het vierde studio album van de band Steel Panther (eerste onder de vorige naam Metal Skool), die morgen zal verschijnen op CD.
Ze hebben er zin in. Terecht.
Allereerst, de albumhoes. De jongens hebben honger.
Seks, drugs en “METAAAL” stonden al hoog in het vaandel en niets wijst erop dat ze deze fase zijn ontgroeid.

Nu de muziek. Het album telt twaalf nummers. Ik zou meer kunnen eten.
Maar ze zeggen dat langzaam eten goed is. Oké dan.
Het album start rustig. De intro van het eerste nummer “Pussywhipped” begint dan ook met een rustig (akoestisch) gitaarspel waarin Satchel laat zien dat hij meer kan dan alleen solo’s. De kenner wist het al. Die man is briljant op de gitaar.
Maar het duurt niet lang voor de weer zoals vanouds hard aan het werk gaan.
– Pussywhipped is een bericht voor de mannen. Het eerste ‘piece of advice’ van de mannen; aan de mannen – Trek de broek aan en wees dé man. De boodschap is typisch Steel Panther, de muziek wat minder typisch. Pussywhipped heeft een trashy muzikale feeling. Niet dat het niet lekker is: de haren mogen meteen los. Maar Steel Panther varieert wat meer qua stijl in dit album. Het is even wennen. Slikken, bedoel ik. Het is immers Steel Panther.
– Op de voet gevolgd door “Party Like Tomorrow Is The End Of The World” mag het meezingen beginnen. De eerdere release van de videoclip loont zich: De teksten zijn al bekend. Het nummer blijkt minder sterk zonder clip.
Maar het nummer past wel perfect bij Steel Panther. Met een bijna gevoelige bridge in het nummer, weten we het zeker – dat zou best een leuk feestje kunnen zijn.
Zeker met de koe-bel.
– Het volgende nummer laat nog minder aan de verbeelding over. Steel Panther gaat ons iets leren, zoals ze eerder ook deden bij bijvoorbeeld “The Shocker” (Feel The Steel, 2009). Nu is het tijd voor het fenomeen “Gloryhole“. Ik heb er geen ervaring mee, maar Steel Panther voorziet me van een kleurrijke omschrijving, ingezet door een stevige gitaarriff en een nog sterkere partij drums. Een welkom gevoel van de luide band die met het voorgaande nummer nog redelijk rustig was. Wederom is er genoeg plek om lekker mee te zingen – Ik noem het gerust een chant. Gevolgd door een pittige gitaarsolo – het blijft wel glamrock! Het hele nummer zet stevig door. Mijn airguitar kon uit de kast.
– Nu? Nu wordt het een beetje ranzig. Zelfs meer dan ik van Steel Panther gewend was.
Met pijn en moeite geef ik de titel (die zichzelf wederom duidelijk maakt): “Bukkake Tears“. Het nummer begint als een echte powerballad. Een zacht gitaargeluid en een zanger die met gevoel zingt alsof er een slechte boodschap onderweg is. Maar de tekst verbloemt niets. De tekst? Je ziet door zaad (ja, dat zaad) geen tranen van de vriendin – ondanks dat de bukkake haar idee was. Dat was je verhaal en moraal.
Het refrein komt niet zo mooi naar voren maar qua muziek – netjes. Ergens bekruipt me wel het idee dat het toch steeds meer gaat om Michael en Satchel. Veel spectaculairs van de ritme sectie komt nog niet naar voren. Behalve de koe-bel. Punten voor Stix.
– Daarna gaan we weer hard. Sterk riff, lekkere solo en van die typische glamrock shouts. Waar gaat het dit keer over? “Gangbang At The Old Folks Home“. Bekend met “Phileine Zegt Sorry”? Denk aan de introductie. Dat, ja.
Maar het nummer knalt er in ieder geval lekker op los.
– Een heerlijke terugkomer van Bukkake Tears en een lekkere opmars naar “Ten Strikes You’re Out“. Dat nummer start met een lekker blues riff –  de roots van metal is duidelijk aanwezig. Het gaat lekker hard en de lyrics ook! Dit nummer geeft een vrouw tien kansen alvorens ze aan de kant geschoven wordt. Pussywhipped? Het is wel heel erg coulant naar de standaarden van Steel Panter, gezien eerder ervaringen. Voorbeeld? “Critter” (Balls Out, 2011).
– Nu komen we aan bij wederom een ballade en tevens de tweede videoclip van dit album: “The Burden of Being Beautiful“. Van het eerdere tempo blijft weinig over maar het past lekker in de flow van het album. Alles richt zich nu op Michael Starr, die hier als spreker vol door de speakers knalt. Over geweldig zijn. Niemand die hem snapt. Muzikaal is het verder niet zo spectaculair hoewel de solo wel aan sluit bij de ‘eenzame hoogte’ van Michael. Michael vervult deze rol overigens met flair – ik zie het voor me: Als een L’Oreal reclame die het ingehuurde model aan de kant schuift.  Omdat hij het waard is.
– De nek heeft inmiddels even rust gehad. Mooi, want bij “Fucking My Heart In The Ass” moeten we headbangen. Schreeuwende gitaren, knallende drums en een titel die vragen op roept. Typisch Steel Panther. Het rockt lekker en knalt lekker door. Een mooi opmars naar “B.V.S.“.
– Dames, jullie worden op de tenen getrapt. Dat werd tijd – het is immers Steel Panter. Ik zal niets verklappen. Maar vrees niet – Rockend en met een flink tempo zal Steel Panther hun best doen om de vrouwen hier vanaf te helpen. Ze beloven het.
Maar Steel Panther is weer terug! Eindelijk wat stevigs met vrouw onvriendelijkheid. Zo kennen we immers Steel Panther.
– Houden ze dit vol? JA! Want het nummer dat erna komt, is eentje waar ze al enige tijd mee hebben geplaagd.
Steel Panther heeft een aantal ‘talkshows’ online gezet op YouTube, waaronder “Love on the Rocks”.  Hierbij zat een themesong met de tekst: “You’re beatiful when you don’t talk”. Raadt eens hoe dit lied op het album heet?
Instrumentaal als een mooie powerballade, Michael die het zingt als een lofzang: Niets is minder waar.
‘Je bent beeldschoon, maar praat alsjeblieft niet.’ Het tempo gaat weer even omlaag – de flow is een fijne golfbeweging aan het worden.
– Nu geeft Steel Panther ook niet meer toe, met het (wederom) thrash metal-like “If I Was The King“. Het is een heerlijk nummer om lekker op los te gaan. Daarbij zal de tekst menig man bevallen. Zelf twijfelde ik nog over de punten die Michael aanbracht als “Koning” (“feed the homeless to the whales” of “And the minimum cup size would have to be a double D” bijvoorbeeld), maar met één ding was ik het eens. Satchel als ‘Court Jester’ = TOP geregeld.
Het rockt, het swingt… En krijgt een trap door de afsluiter op de plaat. En niet in positieve zin.
– “She’s On The Rag” volgt het swingende “If I Was The King” op. Hoewel het weer een sterk rocknummer is, sluit het niet zo sterk aan met “If I Was The King”. Het nummer is wel weer sterk vrouwonvriendelijk en nodigt (natuurlijk) uit tot meezingen.
Wat je nog een klap kan opleveren van vrouwelijke medebezoekers. Worth it.
Of je moet plots heel goed leren hoe jij je dekbed verschoont. Worth it?

Steel Panther sluit de plaat in ieder geval stevig af en ze mogen terugkijken op een lekker album.
Wel lijkt de band iets ‘rustiger’ te worden (qua imago) en de nummers zijn minder vrouwonvriendelijk dan dat we van ze gewend zijn. Zouden ze toch zelf “Pussywhipped” zijn nu? Of willen ze gewoon nog meer tieten bij hun optredens verkrijgen en geven daarom iets meer coulance? Who knows!
Mijn tip? Zet het album op. Doe dat nog een keer en zing mee.
En blijf dat doen. Je vriendin zal het zelfs nu iets meer waarderen.